Virtuele zebra?

Niets in het verkeer is erger dan twijfelen: doet hij het wel of doet hij het niet? En in dit geval: néém ik nu voorrang of héb ik het ook? Dat is de vraag bij het naderen van deze virtuele zebra. 

De al dan niet aanwezige oversteekplaats voor voetgangers. U kent ze waarschijnlijk wel. Als je ernaar kijkt en de loop volgt, zie je ter hoogte van het rode fietspad dat de witte balken ophouden om aan de andere kant weer door te gaan. 


Het kruispunt Fahrenheitstraat, Weimarstraat, Valkenboslaan met meer zulke virtuele zebrapaden …

Een vrouw met kinderwagen en kind wil mij (op de fiets) voorrang geven. Maar voorrang wil ik haar óók geven want dat hééft zij volgens mij ook. En zo minderen wij gezamenlijk vaart tot stilstand. Uiteindelijk steekt de moeder met kind en kinderwagen over terwijl zij vriendelijk naar mij glimlacht.

Kan dit ook duidelijker worden aangegeven wie er voorrang heeft? 

Le of La Provence?

Het zal je maar gebeuren als je in de Reinkenstraat een nieuwe lunchroom bent gestart en er komt iemand (ik dus) langs die vraagt of de naam op de winkelruit wel goed gespeld is. Ik kan ook echt mijn mond niet houden.

“Lunchroom Le Provence … moet dat niet La Provence zijn?”

Gelukkig zitten er alleen maar ‘Diddies’ op het terras. Dan komt (waarschijnlijk) de opperdiddie naar buiten die mij aanspreekt:

“Kan ik u ergens mee van dienst zijn?”

Dus ik herhaal de vraag:

“is het niet eigenlijk La Provence?”

“Nee hoor,” antwoordt zij vastberaden: “het is Lunchroom Lé Provence!”

“OK dan, succes toegewenst!”

Volgende week zaterdag zal blijken of mijn vraag effect heeft gehad.

Zie ook

Lunchroom Le Provence

Praatje Pies

Vaak heb ik kritiek op openbare toiletten in de Nederlandse steden en natuurlijk vooral in Den Haag. Omdat ze er gewoon niet zijn! Op vakantie in het buitenland zijn deze overal te vinden. Zelfs in de parken kom je het universele logo van een mannetje, vrouwtje en rolstoel tegen. Maar ben je er daarmee al?

Nee! Op vakantie is het wel erg openbaar, dat plassen. Soms hangen de pisbakken nog geen halve meter uit elkaar zonder schotten ertussen. Als je dan met kleinzoon Lucas aan het plassen bent, weet je weer hoe makkelijk het vroeger ging. Hij is al klaar en staat geïnteresseerd te kijken naar opa zijn leuter waar nog niks uitkomt. “Ga maar alvast”, is dan de oplossing. Maar dat is nog niet alles. 

Als je door de hoeveelheid bezoekers je toiletgang achter een deur kiest, is het maar de vraag of je beter uit bent. Ga je zitten, nadat je de bril met toiletpapier al dan niet met aanwezige ontsmetvloeistof hebt gereinigd dan krijg je onder de zijwanden door, zicht op het schoeisel van de buurman. Is dat prettig dan? Daarom kies ik vaak voor het ruimere invalidetoilet met de handvatten en de wasbak met vloeibare zeepdispenser. Alles is dan verhoudingsgewijs ruimer en op afstand.

Zittend plassen is vaak een must omdat je staand constant de infrarood detectie van het doorspoelen activeert. De kracht waarmee het spoelwater de potten in wordt gejaagd herinnert je eraan in het land van de waterparken te zijn. 

Het is fijn weer thuis te zijn. De stilte en de rust te ervaren van die ‘drukke Laan van Meerdervoort’.