Le of La Provence?

Het zal je maar gebeuren als je in de Reinkenstraat een nieuwe lunchroom bent gestart en er komt iemand (ik dus) langs die vraagt of de naam op de winkelruit wel goed gespeld is. Ik kan ook echt mijn mond niet houden.

“Lunchroom Le Provence … moet dat niet La Provence zijn?”

Gelukkig zitten er alleen maar ‘Diddies’ op het terras. Dan komt (waarschijnlijk) de opperdiddie naar buiten die mij aanspreekt:

“Kan ik u ergens mee van dienst zijn?”

Dus ik herhaal de vraag:

“is het niet eigenlijk La Provence?”

“Nee hoor,” antwoordt zij vastberaden: “het is Lunchroom Lé Provence!”

“OK dan, succes toegewenst!”

Volgende week zaterdag zal blijken of mijn vraag effect heeft gehad.

Zie ook

Lunchroom Le Provence

 Claudia’s vlog

In Frans’ paradijs tijdens de open garden party maakten wij al kennis met de vrolijke kunst van dochter Claudia. Soms denk je dan dat het een bevlieging is en dat aan die kunst langzaam een einde komt. Maar daar ga ik vanaf vandaag toch anders over denken nu ik haar eerste nieuwsbrief ontvang met daarin de aankondiging van een wekelijkse vlog.

Vloggen is in en bijna als vliegen rond de brij krijg je de meest onbenullige monologen in vlogs toegezonden. Maar niet bij Claudia Schmit. Zij heeft echt wat in haar mars en is op Rodos haar eerste aflevering gestart over de daar door haar gecreëerde kunst. 

Purple Haze is haar eerste onderwerp van haar vlog

 Zie voor jezelf of je wekelijks haar nieuws wilt ontvangen. 

En oh ja, ter introductie is op al haar werk tijdelijk een prettig percentage korting van kracht. Ik wens Claudia veel inspiratie toe de komende tijd. 

Bijna werelds ..

Terug van een onverwacht turbulente vakantie valt het op hoe stil het in mijn geboortestad Den Haag is. Niets duidt op enig werelds bestaan. De aan de brug geketende blauwe damesfiets heb ik vóór de vakantie wekelijks in omvang zien afnemen, zelfs met de wegsleepwaarschuwing van de Dienst Stadsbeheer


Nu kan ik het geen fiets meer noemen. Zelfs een weesfiets is het niet meer. Maar het bonnentje met de wegsleepwaarschuwing hangt er nog steeds aan. Weerbestendig waarschijnlijk.

Deze jongeman was het allemaal niet opgevallen toen ik hem erop wees. Zittend tegen het beeld van Dirk Wolbers uit 1938 waant hij zich in een wereldstad die snelverkeer steeds verder terugdringt op éénbaans rijwegen waar auto’s te gast zijn op sterfietspaden en de elektrische laadpalen niet aan te slepen zijn. In 1938 was het verkeer en veiligheid al onderwerp van gesprek als je de fraaie auto in steen aan de moeder met kinderen voorbij ziet razen.

Praatje Pies

Vaak heb ik kritiek op openbare toiletten in de Nederlandse steden en natuurlijk vooral in Den Haag. Omdat ze er gewoon niet zijn! Op vakantie in het buitenland zijn deze overal te vinden. Zelfs in de parken kom je het universele logo van een mannetje, vrouwtje en rolstoel tegen. Maar ben je er daarmee al?

Nee! Op vakantie is het wel erg openbaar, dat plassen. Soms hangen de pisbakken nog geen halve meter uit elkaar zonder schotten ertussen. Als je dan met kleinzoon Lucas aan het plassen bent, weet je weer hoe makkelijk het vroeger ging. Hij is al klaar en staat geïnteresseerd te kijken naar opa zijn leuter waar nog niks uitkomt. “Ga maar alvast”, is dan de oplossing. Maar dat is nog niet alles. 

Als je door de hoeveelheid bezoekers je toiletgang achter een deur kiest, is het maar de vraag of je beter uit bent. Ga je zitten, nadat je de bril met toiletpapier al dan niet met aanwezige ontsmetvloeistof hebt gereinigd dan krijg je onder de zijwanden door, zicht op het schoeisel van de buurman. Is dat prettig dan? Daarom kies ik vaak voor het ruimere invalidetoilet met de handvatten en de wasbak met vloeibare zeepdispenser. Alles is dan verhoudingsgewijs ruimer en op afstand.

Zittend plassen is vaak een must omdat je staand constant de infrarood detectie van het doorspoelen activeert. De kracht waarmee het spoelwater de potten in wordt gejaagd herinnert je eraan in het land van de waterparken te zijn. 

Het is fijn weer thuis te zijn. De stilte en de rust te ervaren van die ‘drukke Laan van Meerdervoort’.

Zal ik het even vragen?

Zittend in de trein sinds jaren, komt ineens een grappig voorval bovendrijven. De meeste treinen zijn vanwege vorst namelijk uitgevallen en de informatie over de luidsprekers is uiterst summier. Op weg naar Leeuwarden ik denk voor een vergadering met Rijkswaterstaat vraag ik mij af of ik wel in de goeie trein zit.

Met die twijfel sta ik tijdens een stationsstop in de deuropening als een vriendelijke medepassagier aan mij vraagt of deze trein naar Leeuwarden gaat. Nog een twijfelaar dus en ik zeg hem dat ik het ook niet zeker weet …
Zal ik het even vragen?, zegt hij. En voordat ik kan antwoorden is hij verdwenen ergens op het perron. Nog geen seconde later, het lijkt wel of ze erop gewacht hebben, gaan de deuren dicht en zet de trein zich in beweging.

Ik voel mij erg schuldig omdat de verdwenen passagier zijn best voor mij deed en in ieder geval die dag niet op de plaats van bestemming aankomt. Mijn trein kwam die middag wel als laatste trein in Leeuwarden aan.