“Onsportief …”

Het is warm in Versailles als Paul merkt dat hij door zijn Franse geld heen is. Hij heeft enorm veel trek in een vers stuk stokbrood en hij niet alleen. Frans die elke morgen verrassend vroeg uit de veren is, heeft al een half dozijn stokbroden gehaald. De broden zijn door hun versheid zo hard dat je er met gemak een volwassen mens de hersens mee in kunt slaan. Aldus de baguettes hanterend wekken wij de langslapers dwars door het tentdoek heen. Degene die dan nog niet bij zijn positieven is, wordt als een vervroegde kerstversiering met slaapzak en al in de dichtst bij staande boom gehangen.
Wij spreken af dat Paul, Puck en Niek geld gaan wisselen.

Op onze fietsen, twee heren en een dames, rijden wij het centrum van Versailles binnen. Bij de bank aangekomen, krijgen wij te horen dat wij pas om elf uur geholpen kunnen worden. Het is pas kwart over tien en het wordt steeds heter.

Puck brengt uitkomst. Hij is dan wel niet gelovig, maar toch weet hij dat het in de zomer in een kerk altijd koeler is dan daarbuiten. We zetten de fietsen tegen een boom en stappen gedrieën devoot het kerkgebouw binnen.
Het is er aardedonker vergeleken met het felle zonlicht buiten. Langzaam raken onze ogen eraan gewend en kunnen wij het interieur een beetje bekijken. Paul moet natuurlijk weer een onderzoek instellen naar de vrijgevigheid van de parochianen door aan offerblokken te schudden. Een oud vrouwtje roept iets naar ons vanaf de andere kant van de kerk maar wij denken dat zij hardop aan het bidden is. Dat het niet zo is, blijkt al gauw. Wij willen de kerk verlaten doch dit wordt ons door een zwarte schoen maat 45 belet. Ik overweeg nog of het de moeite is onze krachten erop te beproeven, maar Puck vindt dat we net zo goed een andere deur kunnen nemen en wij draaien ons om.
Verbaasd kijken wij de gendarmes aan die in een rechte linie op ons afkomen. Op ieder pad van de kerk, middenschip en zijbeuken, komt een vastberaden vinger van de arm der Franse wet tergend traag op ons af. Als een kudde zwarte schapen worden wij teruggedreven in het portaal.
Met een gebaar van “lopen!” moeten wij de zonet nog geblokkeerde deur door. De schoen gaat opzij, de deur geeft mee en we zien een donkerblauwe overvalwagen, waar wij geacht worden in te stappen. Een kleine haag van mensen bekijkt ons met afkeurende blikken. “Quel voleurs”, kan ik mij nog herinneren te horen. Het valt mij nog mee dat de sirene niet ingeschakeld wordt.

Op de plaats van bestemming aangekomen, stappen we uit. De dienstdoende agent verdeelt ons in twee groepen: broertje Paul en ik in één cel en Puck in de andere. Meer cellen heeft het politiebureau niet.

Als eerste ondervragen ze Paul. Binnen en mum van tijd is hij weer terug, omdat hij buiten de woordjes “oui” en “non” geen woord Frans spreekt en al helemaal niet verstaat. Na een uurtje of twee in de cellen te hebben doorgebracht wordt besloten ook de tenten van ons op Camping de Versailles nog even te doorzoeken. In een snelle Peugeot worden wij naar onze tijdelijke verblijfplaats gereden waar natuurlijk niets gevonden wordt. Toch moeten de grote kartonnen pamfletten van tijdschriften als “Lui” en “Marie Claire” afkomstig van een kiosk vreemd overkomen. De heren besluiten het maar hier bij te laten en willen vertrekken. Daar onze fietsen op ongeveer zeven kilometer van ons vandaan staan, vindt Paul de opmerking “onsportief” wel op zijn plaats. Deze uitroep (insportif in het Frans) heeft echter een woedeuitbarsting van een van de heren tot gevolg, waardoor wij opnieuw in de wagen geslingerd worden en naar de Sûreté de Paris worden afgevoerd. Een hoge poort van een van die imposante klassieke gebouwen aan een belangrijke boulevard verschaft ons toegang tot de binnenplaats van deze ‘geheime dienst’.
Wij gaan één voor één op de foto. Je mag niet lachen want dan is de opname mislukt. Nieuwsgierig informeer ik naar lichtwaarde en diafragma. Hierop krijg ik geen antwoord en ik betwijfel of er wel een rolletje (..) in zit.

Na ons debuut als fotomodel krijgen we blinkende handboeien om en worden wij naar de bovenste verdieping gevoerd. Daar worden de boeien aan de ballustraden van de openslaande ramen vastgemaakt. Van hieruit hebben wij een fraai uitzicht op de binnenplaats en kunnen wij de werkzaamheden van de inspecteurs goed volgen.
Tegen een uur of drie worden wij vrij gelaten. In opnieuw een andere auto en andere chauffeur worden wij naar onze fietsen gereden. Als wij uitstappen kijken wij Paul aan dat hij niet weer iets opmerkt … De bank waar wij geld wilden wisselen is inmiddels gesloten.

De andere dag hebben Frans en Wim aan de andere kant van Versailles geld gewisseld.

Uit: Écht gebeurd, vroegâh