Herman Brood toch Amsterdams?

Bij de visboer op het Valkenbosplein probeer ik altijd een praatje te maken om de boel wat op te vrolijken. Aan Aad en Geert zal het niet liggen. Die gooien er en passant wel een paar leuke statements doorheen.

Zo zie ik afgelopen zaterdag onder het genot van de perfecte Hollandse Nieuwe een bezoeker binnenstappen in lange broek en hemd zonder mouwen met op de gebruinde bovenarm een fraaie tattoo van Herman Brood.

“Die staat er mooi op,” probeer ik. De man kijkt mij wat stuurs aan en antwoordt:“Dankjewel. Ik heb hem al vijf jaar!”

“Wel Amsterdams,” ga ik verder om het gesprek op gang te brengen.

“Wat heeft Amterdam daarmee te maken?”, antwoordt hij ietwat geïrriteerd.

“Als het Haagse Harry was, zou het Haags zijn”, probeer ik. Waarop de man weer reageert:“Of Jacques Brel, voor mijn part Édith Piaf!..”
“Inderdaad, dan was het Brussel of Parijs …”
waarna ik Geert en Aad aankijk met een blik van: dit gaat ‘m niet worden deze keer …

Koos zoekt zich wezenloos …

Kom ik Koos weer tegen bij een harinkje bij Rog op het Valkenbosplein, vraagt ie waar dat filmpie nou staat dat ik vijf maanden geleden (!) hier opnam. En ja hoor Koos, het blijft een gaaf gesprek met jou; trouwens elke keer weer en sterkte met je gezondheid. En ik geef hem een hand … alsof ik in een bankschroef terecht kom, terwijl hij op zijn bekende manier lacht.

Hier komt ie weer: