Sssst … Zeventig!

Ik hoor het mezelf nog zó zeggen: 

“Gaaf als ik kan zeggen dat ik zeventig ben en mij nog zó voel.”

 Als gelovige in onverklaarbare zaken is dit toch weer een voorbeeld dat zo in het rijtje uitspraken past waar Lida en ik het vaak over hebben. 

Je kunt het beter niet hardop zeggen want het tegenovergestelde ligt op de loer. “Dit is écht een goede wasmachine”  bijvoorbeeld … Klop het af op echt hout of je eigen tanden dan kun je het nog voorkomen. De nieuwe wasmachine zit er inmiddels aan te komen. 

Een hogere regie lijkt het aardse in de gaten te houden. Zodra je meldt dat iets goed gaat, volgt even later het tegenovergestelde. Die hogere macht zie ik vóór me zoals in sommige sf-films. Een controlecentrum met beeldschermen dat alle positieve signalen opvangt en daar meteen of even later negatieve maatregelen op neemt. 

Het blijkt dus helemaal niet goed met mij te gaan. Terwijl ik minder dan wekelijks (immers 70!) mijn 10 kilometer vanuit huis naar het Zuiderstrand jog en daar uiterst tevreden van thuiskom, blijkt mijn interne leidingsysteem de nodige verbeteringen te moeten ondergaan. Kleppen vervangen en aorta repareren.

Ik weet niet wat ik hoor ook niet na een second opinion. Een inspanningenverbod en als de reparatie voltooid is, kan ik weer gewoon mijn joggingrondes van 10 kilometer hervatten.

Stel je voor dat ik gewoon weer kan gaan hardlopen? Maar wat deed ik tot nu dan? 

Dus: LET OP JE WOORDEN!

Brandt die lamp nu of niet? 

Tijdens mijn tweewekelijkse loop van tien kilometer naar het Zuiderstrand passeer ik op de Suezkade aan een van de fraaie panden een buitenlamp met lichtlila gekleurd glas. En het is net of die altijd aan is.

Vandaag fiets ik langs en zie een vrouw aan de deur staan praten …

“Mag ik u iets vragen? Brandt deze lamp de hele dag of is hij nu uit?”

“Hij is uit en ’s avonds gaat hij automatisch aan”.

“Weet u dat zeker? Kunt u de stekker er eens uittrekken?”

“Een ogenblikje.”

Verwachtend dat ik de lamp uit of aan zie gaan, komt echter een man naar buiten met de vrouw er achteraan. 

Dochterlief waarmee de vrouw blijkt te staan praten mengt zich nu ook in het gesprek.

“Ik denk ook altijd dat de lamp aan is, mam. Daar lijkt het echt op!”

Paps is daar zeer overtuigend in. En met de blik waarmee hij mij aankijkt duldt hij geen tegenspraak.

“Het licht wordt geschakeld met een sensor in de lamp. Als het donker is en er is beweging dan gaat het licht aan.”

Een beetje vreemd vindt hij het zo te zien wél, dat een voorbijganger deze vraag stelt. 

Ik overtuig hem ervan dat ik hem geloof, met een twijfelende blik in mijn ogen en meld dat ik vanavond de proef op de som neem. Dat doe ik natuurlijk niet. Want dat zou pas écht vreemd zijn. 

Maar wij hebben ook een sensorgestuurde buitenlamp in onze tuin met de sensor ín de lamp. Maar als het glas vuil is, gaat de verlichting aan; ook overdag en ook zonder beweging in de buurt. Dus heb ik de sensor maar uitgeschakeld. 

Onze buitenlamp is uitgeschakeld wat sensoren betreft

En wij hebben niet eens last van die vreemde voorbijgangers …